Nieuwste onderwerp

U

Ik zag eerst alleen een achterhoofd. Ik liet de hond uit, in de miezerige regen, en had zo’n achterhoofd op deze plek niet verwacht. Er liepen rode, bloederige strepen over. Verder was het een kaalgeschoren achterhoofd. De rode bloederige strepen leken vaag op het skinhead symbool: een veredeld peaceteken met wat vreemde hoeken en bochten. Het was het achterhoofd van een magere jongen van mijn leeftijd. Hij droeg een wijd hemd, een hemd wat hoorde bij zijn achterhoofd. Het slobberde om zijn lichaam en was veel te lang voor hem. Als een meisje van dezelfde lengte dat hemd had gedragen, had ze er een legging onder kunnen doen. Het was net een rokje.

Mijn hond rende naar hem toe en de jongen aaide hem. Hij draaide zich om naar mij, waardoor ik kon zien dat de bloederige strepen een uitloper hadden op zijn voorhoofd. Het leek een soort kruis, dat net boven zijn oog stopte. Hij was bleek en glimlachte lichtjes.
‘Mooie hond heeft u,’ zei hij verlegen. Toen keek hij weer voor zich. U, dacht ik. U. Blijkbaar was ik u voor hem, terwijl hij waarschijnlijk dezelfde leeftijd had als ik. En hij had bloederige strepen, ik niet. Hij had vast al veel doorstaan. Als er iemand was die u moest zeggen was ik het.
‘Hij vindt jou interessanter dan mij,’ antwoordde ik, omdat mijn hond als een dolle om hem heen sprong. Ik noem mensen van mijn leeftijd geen u. Ook niet als ze dat wel bij mij doen.
‘Zou ik niet vinden,’ antwoordde hij. Hij was te verlegen om een skinhead te zijn, dacht ik. Ik vroeg me af hoe hij het volhield in de skinheadgemeenschap. Ik zag dat hij het leuk vond, de aandacht van mijn hond.

‘Uw hond is zeker al heel oud,’ zei hij. Even overwoog ik om hem te vertellen dat hij me met ‘je’ mocht aanspreken. Maar toen zag ik zijn littekens, en de tatoeages op zijn arm. Ik was niet in de positie hem ergens toestemming voor te geven.

‘Nee hoor, hij is nog jong,’ zei ik dus maar.

‘O,’ zei hij. Hij keek even heel goed naar mijn hond. ‘Mijn vriend had ook zo’n hond en die had ook zo’n rare kleur snuit. Die had kanker.’ Ik hoorde dat hij het voorzichtig probeerde te zeggen, alsof hij bang was dat hij me ermee zou kwetsen. ‘Niet vervelend bedoeld hoor,’ zei hij nog. Op de voorkant van zijn shirt stond een rondje met weer een ander symbool. ‘White pride world wide,’ stond eronder.

Ook niet vervelend bedoeld waarschijnlijk.

De jongen vertelde dat hij naar ‘iets met trekkers of zo’ was geweest, een paar dorpen verderop. En dat hij nu weer naar huis moest lopen. Hij had nog een lange tocht voor de boeg. Toen namen we afscheid. Hij sloeg linksaf, nadat hij mijn hond nog één keer had geaaid.

Zijn achterhoofd en de bloederige strepen werden steeds minder zichtbaar. Hoe verder hij was, des te kleiner hij leek. Een klein jongetje in een rokje. Op weg naar de grote boze buitenwereld.

« terug naar blog

3 responses to “U”

  1. Harm Hendrik ten Napel

    Dit is een fijn stukje trouwens, mooie observatie.

    Groet,

    Buurman Harm

  2. Harm Hendrik ten Napel

    Marquez, vertel me eens wat je van hem het mooiste/beste/smakelijkste/goedste vond, van wat je hebt gelezen. Ik ben op de helft in de Honderd jaar gestopt omdat ik iets anders wilde lezen. De kolonel krijgt nooit post vond ik heel leuk.

  3. Jelmer

    Poe hee, wat een ontzettend mooi stukje!

Reageer

Wat lees ik?

Arnon Grunberg, Jonathan Safran Foer, Philip Roth, Haruki Murakami, Harry Mulisch, Gabriel García Marquez, Isabel Allende, Milan Kundera, de Volkskrant

Wat luister ik?

the weepies, the tallest man on earth, noah and the whale

Wat kijk ik?

De wereld draait door, journaal

Quote

‘Ik verlang naar een wereld van fictie waarin ik zelf mag bepalen hoe het drama zich ontwikkelt en wat de afloop is.’ A.F.Th. van der Heijden