Nieuwste onderwerp

Albertdetweede

Al heel lang fiets ik de tien kilometer naar de stad. Eerst voor mijn basisschool, en later voor de trein naar de middelbare school. Vroeger fietste ik met een groepje, een kudde, zo je wilt. Een kudde om de andere kuddes op het fietspad niet voor het hoofd te stoten. De hiërarchie bij ons op het fietspad is groot. Als je alleen fietst, word je voortdurend ingehaald door groepen scholieren, die dan tergend langzaam voor je gaan fietsen. Het is je eigen schuld. Moet je maar niet alleen fietsen.

Om tien over acht op onze afgesproken plek. En we wachtten net zo lang tot iedereen kwam, omdat niemand het erg vond als we te laat kwamen. Wij fietsten tien kilometer. Dan hóór je te laat te komen.

Op de fiets verzonnen wij onze eigen verhalen. Over wie we later zouden zijn. We bezworen elkaar dat we geen borsten zouden krijgen. En nooit make-up op zouden doen. We sloten weddenschappen over wie er later zou gaan roken.
We dachten soms dat ons leven een film was. En dat iedereen meespeelde om het ons te laten geloven.

Op het fietspad waren er duidelijke figuranten, die wij in de loop der tijd leerden kennen, en waarover we uren konden fantaseren. Er was bijvoorbeeld Shaggie chagrijn, een mevrouw met een mantelpakje. Zij fietste altijd in tegengestelde richting, vanuit de stad naar de dorpen waar wij vandaan kwamen. Ze trok altijd een gezicht alsof ze net een heel zure vrucht had gegeten. Later ontdekten we dat ze dat bedoelde als glimlach. Maar toen had ze haar bijnaam al. Shaggie chagrijn was een moeilijke vrouw dachten wij. Ze had roodgeverfd haar en rookte. Ik kon dat nooit begrijpen. Vrouwen met mantelpakjes roken niet. Behalve duivelse vrouwen met mantelpakjes. Dat was zij, daar waren wij heilig van overtuigd. Elke ochtend op stipt hetzelfde tijdstip fietste ze langs. Naar aanleiding van de plek waar we haar tegenkwamen, konden we bedenken hoe veel les we hadden gemist.

Ongeveer een kwartier achter haar fietste een man. Hij leek sprekend op de vader van een klasgenootje van ons. Die vader heette Albert.

Albertdetweede, zoals we deze man noemden was een man met alleen een broodtrommel. Een broodtrommel achterop zijn fiets gebonden en een allervriendelijkst gezicht. We dachten stiekem dat we hem aardiger vonden dan de echte Albert, maar we konden het nooit goed bewijzen. Albertdetweede wist van zijn bijnaam. Altijd als hij langsfietste riepen wij: ‘hoi Albertdetweede!’Hij glimlachte dan en groette terug. Dat was onze enige conversatie.

Albertdetweede en Shaggie chagrijn werden verbonden door de Tandartsassistente. Dat was feitelijk geen bijnaam, want ze was echt de assistente van de tandarts in ons dorp. Ook zij fietste vanuit de stad richting de dorpen.
Soms fietste ze naast Albertdetweede, en soms fietste ze naast Shaggie chagrijn. Albertdetweede en Shaggie chagrijn kenden elkaar niet en wij hoopten dat dat zo bleef. Albertdetweede was onze vriend, en wij gunden hem niet dat Shaggie chagrijn haar toortsen over hem zou uitstorten als ze eenmaal kennisgemaakt hadden. Shaggie chagrijn liet geen mens heel, zo geloofden wij.

Het kon niet goed blijven gaan. Shaggie chagrijn en Albertdetweede hadden immers hun gezamelijke kennis: de Tandartsassistente. Op één van de laatste dagen voor dat we van de basisschool afgingen, zagen we ze tot ons afgrijzen met zijn drieën fietsen. En hoe hard we ook ‘hoi Albertdetweede!’ riepen, hij gaf geen antwoord meer.

Daarna hebben we Albertdetweede nooit meer gezien. Altijd als ik over het fietspad fiets denk ik even aan hem. En aan hoe het met hem zal zijn gegaan, na zijn onfortuinlijke ontmoetting met Shaggie chagrijn.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Arnon Grunberg, Jonathan Safran Foer, Philip Roth, Haruki Murakami, Harry Mulisch, Gabriel García Marquez, Isabel Allende, Milan Kundera, de Volkskrant

Wat luister ik?

the weepies, the tallest man on earth, noah and the whale

Wat kijk ik?

De wereld draait door, journaal

Quote

‘Ik verlang naar een wereld van fictie waarin ik zelf mag bepalen hoe het drama zich ontwikkelt en wat de afloop is.’ A.F.Th. van der Heijden