Nieuwste onderwerp

Nies

Op gelukkige avonden lijkt de rest van je leven fictie. Zoals een goed boek waar je als je het uit hebt alleen nog maar een paar details uit onthoudt. Hoe één van de bijpersonages kruizen spijkerde langs een onbegaanbare weg bijvoorbeeld. Of dat ze een helikopter bouwden omdat ze de blote borsten van hun buurvrouw wilden zien. Hoe de hoofdpersoon zegt: ‘u heeft acht tanden, en u heeft acht familieleden.’
Zulke mooie details dat ik niet eens de boeken ga noemen waar ze uit komen. Een gelukkige avond kun je vaak reduceren tot één zo’n moment. Bijvoorbeeld tot de jongen met het lange haar die in een hoekje van de kroeg een technisch informaticaboek las, met in zijn hand een flesje blauw drinken. Een te korte broek en een grijzig shirt met een bijna weggewassen pacman afbeelding. De jongen die ineens zo hard nieste dat iedereen stil was. Even naar elkaar keek.
Zo’n moment waarop je even wordt teruggeworpen op jezelf. De vaders staan enigszins wankelig op uit de omhelzing met nauwelijks te specificeren blonde meisjes. ‘Ik moest maar weer ’s naar vrouw en kind,’ mompelen ze. De meisjes bedenken zich ineens weer dat ze even moeten kijken naar hoe hun haar zit, de jongens dat ze moeten kijken of ze nog berichtjes hebben op hun telefoon.
Het moment dat je je de dag erna nog haarfijn herinnert. De nies, de stilte en wat het teweeg bracht.

« terug naar blog

One response to “Nies”

  1. renske

    Zo zag ik laatst een jongen die, terwijl hij stond te wachten op zijn bestelling bij een kiosk op het station, een muziekstuk met z’n hand aan het dirigeren was. Het zag er echt heel erg mooi uit.

Reageer

Wat lees ik?

Arnon Grunberg, Jonathan Safran Foer, Philip Roth, Haruki Murakami, Harry Mulisch, Gabriel García Marquez, Isabel Allende, Milan Kundera, de Volkskrant

Wat luister ik?

the weepies, the tallest man on earth, noah and the whale

Wat kijk ik?

De wereld draait door, journaal

Quote

‘Ik verlang naar een wereld van fictie waarin ik zelf mag bepalen hoe het drama zich ontwikkelt en wat de afloop is.’ A.F.Th. van der Heijden